Tel: 06 - 42 30 56 56
secretariaat@lijfenpsyche.nl

Medicijnen bij psychische problematiek(Psychofarmaca)

De psychofarmaca zijn een groep van medicijnen die aangrijpen op het centrale zenuwstelsel, alwaar ze een invloed uitoefenen op neurotransmitters. Psychofarmaca worden toegepast bij zowel psychische als neurologische aandoeningen.

Psychofarmaca worden onderverdeeld in:

  • Benzodiazepinen: bij angst- en spanningsklachten, slaapproblemen
  • Anti-depressiva: bij depressie, manisch-depressiviteit, angststoornis
  • Anti-psychotica: bij psychose, schizofrenie
  • Stemmingsstabilisatoren: bij manie, manisch-depressiviteit
  • Psycho-stimulantia: bij ADHD, slaapzucht (= narcolepsie)

Op de pagina’s van de betreffende psychofarmaca vindt u meer informatie over deze groep. Let op: Hoewel de informatie op deze pagina’s met zorg is samengesteld dient u altijd op het advies van uw arts / behandelaar op te volgen.

Benzodiazepinen

Benzodiazepinen (Benzo’s) Worden ook wel minor tranquillizers genoemd. Dit zijn middelen die de angst en spanning verminderen. Indicaties zijn met name angststoornissen en slapeloosheid.

Bekendste benzo’s: lorazepam (temesta), diazepam (valium), temazepam en oxazepam.

Wat minder bekende benzo’s: Chloordiazepoxide (Librium), Alprazolam, Bromazepam, Brotizolam, Calmday, Clobazam, Clorazepaat, Dalmadorm, Diazemuls, Dormicum, Dormonoct, Flunitrazepam, Flurazepam, Frisium, Halcion, Lendormin, Loprazolam, Lormetazepam, Medazepam, Midazolam, Mogadon, Nitrazepam, Noctamid, Nordazepam, Normison, Prazepam, Reapam, Seresta, Sonata, Stesolid, Tranxène, Triazolam, Xanax, Zaleplon.

Angststoornissen

De angstverminderende middelen of kalmeringsmiddelen worden toegepast bij aanhoudende en/of hevige angstgevoelens indien het dagelijkse functioneren hierdoor gestoord wordt. Deze medicijnen nemen niet de oorzaak van de angst weg, maar vlakken de symptomen wat af. Toepasbaar bij:

  • Obsessieve compulsieve stoornissen (OCS)
  • Gegeneraliseerde angst-stoornissen (GAS)
  • Paniekstoornissen
  • Sociale fobieën
  • Post-traumatische stress-stoornis (PTSS)

Slaapmedicatie

Bij slaapproblemen kan een slaapmiddel overwogen worden. Omdat er nadelen kleven aan het gebruik van slaapmiddelen is het goed om eerst naar andere oplossingen te zoeken voor het slaapprobleem. Er zijn slaapcursussen en ontspanningsoefeningen waardoor mensen beter kunnen gaan slapen. Als er toch gekozen wordt voor slaapmedicatie dan kiest de arts afhankelijk van het slaapprobleem uit een inslaapmiddel of een doorslaapmiddel.

Slaapmiddelen worden gebruikt om de kwaliteit van de slaap te bevorderen. De oorzaak van de slaapstoornis of het slaapprobleem wordt niet weggenomen. Slaap- en kalmeringsmiddelen moeten bij voorkeur niet langer dan 1-2 weken achter elkaar worden gebruikt. Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) geeft als richtlijn: “Een kortdurende behandeling (2 weken) van ernstige slaapstoornissen en pathologische angst en spanning, die het normale functioneren verstoort of waaronder ernstig wordt geleden”. Het wordt voorgeschreven ter overbrugging van een zware periode, een soort time-out voor enkele weken. Je kunt hierbij denken aan een periode van enorme stress of spanning met angsten en/of slapeloosheid waardoor je niet meer goed kan functioneren in werk, gezin en op andere terreinen van het leven. Het gaat om situaties waarbij sprake is van een acute angsttoestand of van acute en tijdelijke slaapstoornissen. Ook wordt het voorgeschreven om angst en onrust te bestrijden die als nevenverschijnsel bij een psychose of depressie optreden. Benzodiazepinen zijn dan geïndiceerd zolang de andere medicijnen nog niet werken en dat kan bij antidepressiva een aantal weken duren.

Werkingsmechanisme benzo’s

Alle benzodiazepinen hebben, in meer of mindere mate, een kalmerende, versuffende, spierverslappende en anti-epileptische werking. Ze verschillen in snelheid van intreden en duur van effect. Afhankelijk van de klachten wordt een middel voorgeschreven dat snel werkt en na 8 uur is uitgewerkt (slaapmiddel) of een langzamer inwerkend middel dat langer werkzaam is (angstdempend middel).

Afhankelijkheid en verslaving

Langer gebruik van benzodiazepinen leidt tot afhankelijkheid. Al na enkele weken treedt er tolerantie op: de gebruiker heeft steeds meer nodig van het middel om hetzelfde effect te bereiken, ofschoon bij lage doseringen geen tolerantie optreedt. Het risico van geestelijke afhankelijkheid is groot. De gebruiker verlangt steeds meer naar het middel en naar zijn idee kan hij niet meer goed zonder benzo’s functioneren. Ongeveer 40% van de gebruikers is verslaafd.

Ontwenningsverschijnselen na stoppen met benzodiazepinen

Na langdurig gebruik – bij zes weken of meer – kunnen er na het staken van de medicatie ontwenningsverschijnselen optreden als angst- en paniekgevoelens, slapeloosheid, hartkloppingen, prikkelbaarheid, gejaagdheid, spierpijn, trillerigheid en transpireren. Minder vaak optredende verschijnselen zijn: diarree, duizeligheid, overgevoeligheid voor licht, geluid en aanraking, prikkelingen of een brandend gevoel van de huid, interesseverlies, concentratiestoornissen, verlies van eetlust, misselijkheid, hoofdpijn, wazig zien en vermoeidheid. Zeldzame ontwenningsverschijnselen zijn: epileptische insulten, verwardheid, wanen of hallucinaties. Om dit te voorkomen, is het raadzaam om bij langdurig gebruik de medicatie stapsgewijs af te bouwen.

Rebound

Waar altijd rekening mee moet worden gehouden is dat de klachten na het staken van de medicatie in heviger mate terugkomen. Dit is vaak het geval bij slaapmiddelen. Normaliter kan men bij kort gebruik zonder al te veel problemen stoppen. Om terugslag (rebound) te voorkomen, kan men het beste slaapmiddelen afbouwen en er niet in een keer mee stoppen.

Geestelijke afhankelijkheid aan benzodiazepinen kan zeer groot zijn

In een wetenschappelijk onderzoek onder mensen die al jarenlang benzodiazepinen gebruikten, werd de groep gebruikers in tweeën gedeeld. De ene groep kreeg een placebo toegediend, dat is een middel zonder werkzame stof maar wel met het vertrouwde uiterlijk. De andere groep kreeg hun vertrouwde medicatie. Het was een dubbelblind onderzoek, dat wil zeggen dat zowel onderzoekers als deelnemers niet wisten in welke groep de deelnemers zaten. Wat bleek? Bij de groep die de benzodiazepines bleef gebruiken, was er een groot aantal personen die ook onttrekkingverschijnselen kreeg. Bij 22% werd het onderzoek zelfs gestaakt, omdat de onttrekkingsverschijnselen onverdraaglijk waren. We kunnen hieruit afleiden dat de ontwenningsverschijnselen deels psychisch van aard zijn en met de persoon van de gebruiker samenhangen. De geestelijke afhankelijkheid van benzo’s kan zeer groot zijn.

Bijwerkingen

Naast de verslavende werking treden bijwerkingen op als sufheid, vermoeidheid, onverschilligheid, somberheid, verminderd reactie- en concentratie-vermogen (ten koste van de rijvaardigheid), verminderde inschatting eigen capaciteiten, toename van de eetlust, verminderde spierbeheersing (grotere kans op vallen), tijdelijk geheugenverlies (anterograde amnesie), verminderde zin in seks (libido-afname)

Soms is er sprake van emotionele afvlakking (= verminderde geestelijke subtiliteit) of ontremming en agressie waardoor relationele en sociale problemen kunnen ontstaan

De medische werking van benzo’s vermindert bij langdurig gebruik. Het zou nog wel eens zo kunnen zijn, dat bij langdurig, ononderbroken gebruik, er nauwelijks tot geen aantoonbare voordelen meer zijn en wel veel nadelen. Gebruikers die hun gebruik na maanden of soms jaren hebben beëindigd, ervaren enorm veel voordelen – ze zijn niet meer zo duf, slaperig, emotioneel vlak en somber – en hebben spijt dat ze er niet eerder mee zijn gestopt.

Afbouwen

Bij langdurig gebruik is het raadzaam het gebruik onder professionele begeleiding af te bouwen. Men kan hiervoor te rade gaan bij de huisarts of een eerstelijnspsycholoog die ervaring heeft op dit gebied. Samen met de gebruiker wordt er een afbouwschema opgesteld. Het tempo waarin dat gebeurt verschilt per individu en vindt plaats volgens een gezamenlijk opgesteld schema of op geleide van symptomen. Vaak is het zo dat de laatste stap het moeilijkst is om te zetten. Om de klachten die je zou kunnen krijgen bij het afbouwen en het stoppen van benzodiazepinen te minimaliseren, kun je medicatie, diazepam, krijgen. De benzodiazepine die je gebruikt wordt dan omgerekend naar een vergelijkbare dosis diazepam. Diazepam werkt lang en bij afbouw verdwijnt het langzaam uit het lichaam, zodat de kans dat je ontwenningsklachten zult krijgen veel kleiner wordt. Je eigen lichaam en hersenen merken geen verschil, want diazepam werkt net als iedere andere benzodiazepine.

Antidepressiva

Deze veelgebruikte psychofarmaca bestrijden depressies en angsten. Het belangrijkste effect van deze medicatie is dat het de somberheid van de cliënt wegneemt. Het duurt meestal langer dan een week voordat deze werking voor de cliënt merkbaar is. Soms is de gewenste werking pas na 4 maanden merkbaar. De bijwerkingen zijn wel al vanaf de eerste dag merkbaar. Veel voorkomende bijwerkingen van antidepressiva zijn: een droge mond, sufheid en verminderde concentratie. Het gebeurt nogal eens dat de cliënt enkele dagen nadat hij gestart is met antidepressiva stopt met inname. Dat komt omdat hij alleen de vervelende bijwerkingen ervaart en niet de gewenste werking. Het is erg belangrijk dat hulpverleners goede voorlichting geven over deze medicatie en de cliënt stimuleren om door te gaan met de medicatie-inname.

Als de medicatie gaat werken kan de cliënt ook de neiging krijgen om te stoppen met medicatie. Hij gaat er dan vanuit dat het probleem is opgelost en dat hij door te stoppen verlost kan worden van de bijwerkingen. Antidepressiva moeten echter tot een half jaar nadat het middel is gaan werken, ingenomen worden. Als de cliënt eerder stopt kan hij de klachten snel terugkrijgen. Als de cliënt minstens een half jaar van zijn klachten af is, kan de arts overwegen om te stoppen met antidepressiva. Dan is het van belang om geleidelijk aan met behulp van een afbouwschema af te bouwen. Abrupt stoppen met de inname van antidepressiva kan leiden tot angstaanvallen. In de afgelopen jaren is het gebruik van antidepressiva flink toegenomen. Antidepressiva leveren een belangrijke bijdrage aan herstel bij een depressie, maar gesprekken en leefregels horen ook bij een behandeling.

Antidepressiva zijn bij therapie beter dan benzodiazepinen bij angststoornis, paniekstoornis en dwang omdat ze niet versuffend werken en dus de exposurewerking niet in de weg staan.

Voorbeelden zijn: Citalopram, Fluoxetine, Paroxetine, Venlafaxine, Efexor, Seroxat, Prozac, Paroxetine, Fluvoxetine

Antipsychotica

Deze middelen bestrijden hallucinaties en wanen en worden daarom ook voorgeschre-
ven aan patiënten die last hebben van psychosen. Bekende voorbeelden van antipsychotica zijn Haldol en Zyprexa. De middelen zijn in verschillende toedieningsvormen verkrijgbaar. Meestal worden ze in tabletvorm toegediend, maar ze kunnen ook toegediend worden in de vorm van injectievloeistof of druppelvorm. Bij cliënten die langdurig last hebben van wanen en hallucinaties worden de antipsychotica ook wel in ‘depotvorm’ geïnjecteerd. Antipsychotica in depotvorm zijn enkele weken werkzaam. Het werkzame bestanddeel van het medicijn wordt namelijk langzaam losgelaten en opgenomen door het lichaam.

Veel voorkomende bijwerkingen van antipsychotica zijn stoornissen aan het bewegingsapparaat (traagheid en verkramping van spieren). Ook kan er speekselvloed optreden. Tegen de bijwerkingen van antipsychotica in het bewegingsapparaat en de speekselvloed zijn medicijnen ontwikkeld. Akineton en Tremblex zijn voorbeelden van medicijnen die de bijwerking van antipsychotica tegengaan.

Stemmingsstabilisatoren

Worden ook wel lithium-middelen genoemd. Deze middelen gaan stemmingswisselingen tegen bij manie of manisch-depressieve stoornis.

Lithium

Dit medicijn wordt voorgeschreven aan cliënten met een manisch-depressieve stoornis. Cliënten krijgen bij gebruik van Lithiumcarbonaat vaak last van dorst. De concentratie Lithiumcarbonaat in het bloed moet precies goed zijn voor een optimale werking. Daarom wordt de concentratie regelmatig gecontroleerd door middel van bloedonderzoek. Lithium werkt met name in op symptomen als een uitgelaten stemming en grootheidswaanzin. Ongeveer 80% van de mensen in een depressieve episode reageert (deels) op dit medicijn. Lithium is alleen effectief wanneer het bepaalde waarden in het bloed bereikt heeft. Dit kan enkele dagen duren.

Valproaat

Valproaat is een middel dat met name werkzaam is bij manieën. Voordeel van valproaat is dat het sneller opgebouwd kan worden dan lithium en carbamazepine. Valproaat blijkt vooral geschikt bij gemengde episoden en minder bij de manie. Valproaat lijkt slechts beperkt werkzaam in de behandeling van depressieve episodes.

Carbamazepine

Naar carbamazepine is nog relatief weinig onderzoek gedaan. Carbamazepine lijkt echter even effectief als valproaat in het voorkomen en onderdrukken van een manie en mogelijk even werkzaam als lithium. Carbamazepine blijkt ook effectief in het behandelen van de schizoaffectieve stoornis. Carbamazepine lijkt weinig effectief te zijn in het behandelen van de depressieve episoden.

Bijwerkingen

Circa 20-50% van de patiënten die begint met stemmingsstabilisatoren staakt het gebruik op een gegeven moment tegen het advies van de arts in. Patiënten vinden het vaak vervelend dat hun stemming grotendeels bepaald wordt door een pilletje. Daarnaast heeft de medicatie diverse vervelende bijwerkingen: dorst, gewichtstoename (met name bij vrouwen), misselijkheid, spierzwakte, vermoeidheid, concentratieproblemen en emotionele vervlakking

Andere toepassingen

Stemmingsstabilisatoren worden soms ook toegepast bij de bordeline persoonlijkheidsstoornis, agressie, verslavingen en eetstoornissen.

Psycho-stimulantia

Stimulantia worden in de psychiatrie voorgeschreven aan patiënten bij wie bepaalde gebieden in de hersenen “ondergestimuleerd” zijn. Ze worden o.a. gebruikt bij ADHD of slaapzucht (= narcolepsie). Het voorschrijven gebeurt door een arts of psychiater, na het stellen van een diagnose. Stimulantia hebben een stimulerende werking op het zenuwstelsel. Hierdoor worden de impulsen die door de zenuwcellen door het lichaam worden verstuurd, beter voortgeleid. De motoriek kan hierdoor veranderen (in het algemeen verbeteren). De paradox dat mensen met een aandoening als ADHD gebaat zijn bij een stimulerend middel (Ritalin), is te verklaren uit het feit dat zij anders reageren op stimulantia dan de meesten. Het is bekend dat een groot aantal mensen met ADHD ‘s avonds voor het slapen gaan een kop koffie drinkt om beter in slaap te kunnen komen. Het is moeilijk om vooraf te voorspellen hoe een patiënt reageert op stimulantia, en wat de dosering is waarbij de patiënt goed functioneert. De reacties op dit type medicijn zijn ontzettend uiteenlopend, evenals de individuele bijwerkingen. Zo kan de bloeddruk van de patiënt aanzienlijk stijgen, maar evengoed aanzienlijk dalen onder invloed van deze middelen. De werking van de meeste stimulantia is slechts van korte duur: na 3 tot 6 uur is het middel (vaak abrupt) uitgewerkt, en moet een volgende dosis worden ingenomen. Tegenwoordig zijn er capsules op de markt waarin het middel heel geleidelijk wordt afgegeven.

De bekendste middelen zijn Ritalin (kortwerkend) en Concerta (langwerkend). Maar ook cafeïne valt onder de stimulantia. In energiedranken bevinden zich meestal meerdere stimulantia, tot wel drie of vier soorten in enkele merken.