Tel: 06 - 42 30 56 56
secretariaat@lijfenpsyche.nl

Medicijnen bij medische problematiek

Op de pagina’s van het betreffende medicijn vindt u hierover meer informatie. Let op: Hoewel de informatie op deze pagina’s met zorg is samengesteld dient u altijd op het advies van uw arts / behandelaar op te volgen.

Antibiotica

Onder antibiotica verstaan we medicijnen die infecties bestrijden die veroorzaakt worden door bacteriën. Antibiotica worden verdeeld in twee hoofdgroepen:

Breedspectrum-antibiotica
Deze antibiotica bestrijden niet een specifieke groep bacteriën, maar ze bestrijden bacteriën in het algemeen. Ze worden voorgeschreven wanneer het niet duidelijk is welke bacterie de infectie veroorzaakt.

Smalspectrum-antibiotica
Deze antibiotica werken tegen een of een beperkt aantal bacteriën, dit wordt voorgeschreven indien uit kweken van lichaamsmateriaal (urine, bloed, ontlasting etc.) duidelijk is geworden welke bacterie de infectie veroorzaakt.

Mensen die antibiotica gebruiken, kunnen last krijgen van ongewenste bijwerkingen. Bekende bijwerkingen van antibiotica zijn:

Diarree
Diarree kan ontstaan doordat er altijd micro-organismen in de darmen aanwezig zijn die een bijdrage leveren aan een gezonde vaste ontlasting. De antibiotica bestrijden ook de ‘goede’ bacteriën, waardoor de darmflora uit evenwicht raakt, met mogelijk diarree als gevolg.

Overgevoeligheid
Sommige mensen zijn allergisch voor bepaalde antibiotica, zodat bij een kleine dosis reeds jeuk en huiduitslag kan ontstaan. Antibiotica moeten altijd een aantal dagen achter elkaar toegediend worden. We spreken van een antibioticakuur. Ook als de klachten verdwenen zijn, moet de kuur afgemaakt worden. Als de kuur niet afgemaakt wordt, kan er altijd nog een hoeveelheid micro-organismen in het lichaam blijven die later weer toeneemt en opnieuw een ziekte veroorzaakt.

Resistentie is een probleem bij antibiotica. Resistentie is het verschijnsel dat bacteriën door aanpassing ongevoelig worden voor een antibioticum, waardoor het niet meer werkzaam is. Als een bacterie resistent is geworden, zal er een ander antibioticum toegediend moeten worden. Om te voorkomen dat er teveel bacteriën resistent worden, zal de arts antibiotica niet vaker voorschrijven dan noodzakelijk.

Pijnstillers

Pijnstillers bestrijden pijn. Ze zijn er in lichte en zware vorm. Er zijn grote groepen mensen die regelmatig gebruik maken van pijnstillers. Zowel acute als chronische lichamelijke aandoeningen kunnen de aanleiding zijn voor het gebruik van pijnstillers.

Stap 1
Begin altijd met paracetamol. Dit is een lichte pijnstiller die door bijna iedereen wel eens gebruikt is. Het middel is vrij verkrijgbaar bij drogisterijen, maar het middel kent wel bijwerkingen. In grote hoeveelheden kan paracetamol slecht zijn voor de lever.

Stap 2
Dit is vaak een NSAID, die naast een pijnstillend effect ook een ontstekingsremmend effect heeft. Grote bijwerking van dit medicijn is maagklachten, daarnaast wordt het liever niet voorgeschreven bij patiënten met nierfunctiestoornissen, aangezien het slecht is voor de nieren. Meest gebruikte NSAIDs: ibuprofen, diclofenac (voltaren), naproxen en arcoxia. Ibuprofen was tot voor enkele jaren geleden een medicijn dat uitsluitend op recept verkrijgbaar was. Nu is het ook te koop in de drogisterij en in supermarkten. Regelmatig gebruik van Ibuprofen kan maagklachten veroorzaken.

Stap 3
Morfine-achtige preparaten zoals tramadol, oxycodon en oxynorm. Deze worden slechts op strikte indicatie door een arts voorgeschreven. Bijwerkingen zijn onder andere obstipatie, sufheid, verwardheid, traagheid en afhankeljkheid.

Laxeermiddelen

Deze middelen worden gebruikt bij obstipatie (verstopping). Bij obstipatie kan de cliënt zijn ontlasting niet goed kwijtraken. De ontlasting is dan te hard. Laxeermiddelen bevorderen de ontlasting. Ook bij obstipatie is het goed om eerst op een natuurlijke manier de ontlasting te bevorderen. Dat kan door vezelrijke voeding te gebruiken, veel water te drinken, goed te kauwen en door veel te bewegen.
Een nadeel van medicinale laxeermiddelen is dat de darmen zelf minder gaan werken en ze steeds minder actief voor een goed ontlastingspatroon zorgen.

Voorbeelden van laxeermiddelen zijn movicolon/forlax, psyliumvezels, lactulose en bisacodyl.

Middelen tegen diarree

Bij diarree wordt de ontlasting onvoldoende ingedikt. Middelen tegen diarree zorgen ervoor dat de ontlasting meer ingedikt wordt.

Norit is een medicijn dat dunne ontlasting bindt waardoor de ontlasting dikker wordt. Norit zorgt ervoor dat de ontlasting zwart kleurt. Dit is een onschuldig neveneffect.

Immodium zorgt voor verminderde darmwerking, waardoor de inhoud van de darm langer in de dikke darm aanwezig is en meer zal indikken. Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van Immodium, want het kan de werking van de darmen te sterk verminderen met obstipatie tot gevolg.

Antistollingsmiddelen

Bloed heeft de eigenschap om te stollen als dat nodig is. Bij een verwonding van de huid ontstaat er korstvorming en daarmee komt de bloeding tot stilstand. Onder bepaalde omstandigheden is het beter dat het bloed niet teveel stolt. Gestold bloed kan in de vorm van propjes blijven steken en een gedeelte van een bloedbaan afsluiten. Achter de afsluiting van de bloedbaan is dan geen doorbloeding meer en kan weefsel afsterven. Dit is het geval bij een hart- en herseninfarct. Als de arts inschat dat het beter is dat het bloed minder stolt, kan hij antistollingsmiddelen voorschrijven. Antistollingsmiddelen worden ook wel bloedverdunners genoemd. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen milde bloedverdunners en sterke bloedverdunners, welke via de trombosedienst gecontroleerd worden.

Veel voorgeschreven middelen zijn Ascal, Plavix/Clopidogrel/Grepid, Brilique, acenocoumarol en Marcoumar. Het effect van de medicatie wordt voortdurend gecontroleerd. Het is belangrijk om te weten in welke mate het bloed stolt. Daarvoor kennen we in Nederland de Trombosedienst. Als het bloed na het gebruik van acenocoumarol en Marcoumar te weinig stolt, moet de dosering weer verlaagd worden.

Tegenwoordig worden steeds vaker nieuwe antistollingmiddelen voorgeschreven. Voordeel van deze middelen is dat er geen frequente controle door de trombosedienst nodig is, omdat de middelen een stabiel effect uitoefenen op het bloed.

Middelen tegen luchtwegaandoeningen

Er wordt onderscheid gemaakt tussen middelen voor de bovenste luchtwegen en middelen voor de onderste luchtwegen.

Onder de onderste luchtwegen verstaan we het strottenhoofd, de luchtpijp, de bronchiën en de longen. Er kunnen afhankelijk van de aandoening zuurstofbevorderende middelen of antibiotica voorgeschreven worden. Een combinatie van deze twee is ook mogelijk. Als sprake is van chronisch hoesten, kortademigheid en benauwdheid zal er een middel voorgeschreven worden dat de opname van zuurstof bevordert. Ventolin is zo’n middel en wordt toegediend met een inhalator.

Middelen tegen allergie

Een geïrriteerde, verstopte neus en tranende ogen kunnen symptomen zijn van een allergie. Een allergie wordt veroorzaakt doordat het lichaam overgevoelig reageert op een lichaamsvreemde stof. Bekend zijn stuifmeelkorrels (hooikoorts), maar ook huisstofmijt, huisdieren en voedingsmiddelen zijn een beruchte veroorzaker van allergische reacties. Deze stoffen zorgen ervoor dat er histamine vrijkomt in het lichaam. Histamine veroorzaakt de symptomen van een allergie.

Er zijn verschillende middelen op de markt die gebruikt worden bij allergische reacties.
Een groep is de antihistaminica, deze medicijnen kunnen gebruikt worden om de klachten van een allergische reactie te voorkomen danwel te bestrijden. Voorbeelden zijn ceterizine, desloratadine en tavegyl. Een andere groep zijn de ontstekingsremmers (corticosteroiden), deze worden alleen gegeven door de arts indien de allergische reactie van ernstige aard is, dus om de klachten te onderdrukken. In ernstige gevallen kan de Epipen® toegediend worden.

Ontwateringsmiddelen

Ontwateringsmiddelen worden in de volksmond plastabletten genoemd. Ze zorgen ervoor dat de nieren meer vocht uitscheiden. Deze middelen worden toegepast bij ophoping van vocht in het lichaam en bij hoge bloeddruk.

Middelen tegen bloedarmoede

Bij bloedarmoede ziet de cliënt er bleek uit en hij voelt zich snel moe. Bloedarmoede ontstaat meestal door een tekort aan ijzer in het bloed. IJzer is nodig om zuurstof te kunnen vervoeren door het lichaam.

Bij bloedarmoede door ijzertekort wordt vaak Ferrofumeraat voorgeschreven (staaltabletten). Ferro is de internationale naam voor ijzer.

Vitaminen

Voor het optimaal functioneren van ons lichaam moeten er in voldoende mate vitaminen aanwezig zijn. Sommige aandoeningen ontstaan door een tekort aan vitaminen, terwijl bij sommige aandoening omgekeerd ook een tekort aan vitaminen bestaat. Vitaminen worden voorgeschreven wanneer het vermoeden bestaat dat er te weinig van een bepaalde soort in het lichaam aanwezig is.

Middelen tegen maagklachten

Maagklachten die kunnen optreden zijn zuurbranden, pijn in de bovenbuik, opgeblazen gevoel, misselijkheid en pijn achter het borstbeen. Maagklachten kunnen optreden na bijvoorbeeld overmatig alcoholgebruik, te veel en te vet eten of door sommige medicijnen. Middelen tegen maagklachten beschermen het maagvlies en neutraliseren het overtollige maagzuur. veel gebruikte medicijnen zijn maagzuurremmers zoals pantoprazol of omeprazol.

Een voorbeeld van een middel dat het maagslijmvlies beschermt is Ulcogant. Het legt als het ware een beschermingslag aan op het maagslijmvlies, waardoor het maagzuur minder snel zal irriteren. Dit wordt alleen voorgeschreven indien de maagzuurremmers niet effectief zijn.

Cytostatica

Cytostatica (chemotherapie) remmen de groei van snelgroeiende, kwaadaardige cellen en bestrijden dus tumorgroei. Door toediening van cytostatica zullen echter ook gezonde cellen aangetast worden, wat kan leiden tot klachten. Bloedcellen en slijmvlies kunnen aangetast worden door cytostatica. Veelvoorkomende bijwerkingen van cytostatica zijn: misselijkheid, braken, haaruitval, bloedarmoede en een verminderde weerstand tegen infecties. Gezien al deze bijwerkingen moet er altijd zorgvuldig met cytostatica omgegaan worden.

Hormonen

Hormonen worden geproduceerd door klieren en afgegeven in de bloedbaan. Wanneer er door aandoeningen aan de klieren een tekort van een bepaald hormoon ontstaat, kan de arts besluiten om een hormoon als medicijn voor te schrijven. Bij suikerziekte is er een tekort aan het hormoon insuline in het bloed. Dit leidt tot verkeerde concentraties glucose in het bloed waardoor klachten ontstaan als dorst, veel plassen, misselijkheid en vermoeidheid. Afhankelijk van het type diabetes moet er insuline gespoten worden of tabletten ingenomen worden. Vervolgens wordt de concentratie glucose in het bloed zeer regelmatig gemeten om te voorkomen dat er een lage of te hoge concentratie glucose in het bloed aanwezig is.